Pedalboard bouwen: voeding, volgorde en kabelmanagement

Losse pedalen op de vloer, een wirwar van kabels en elke soundcheck weer die brom die niemand kan verklaren. Een pedalboard bouwen lost dat op, mits je het in de goede volgorde doet en je voeding klopt. Dit artikel behandelt de drie dingen die het verschil maken: volgorde, voeding en kabelmanagement.

Joep Snijders
Joep Snijders
Gear·16 min leestijd
Pedalboard bouwen: voeding, volgorde en kabelmanagement

Je komt aan bij de zaal, je legt je pedalen op de vloer, en dan begint het. Een kabeltje is stuk, de 9V-adapter zit ergens onderin je tas, en zodra alles aanstaat hoor je een brom die er thuis niet was. Vijftien minuten later staat de technicus geïrriteerd te wachten en heb je nog steeds geen soundcheck gedaan.

Een pedalboard lost dat op. Niet omdat het er professioneel uitziet, maar omdat je setup dan één ding wordt in plaats van acht losse dingen. Je pakt hem uit, je plugt twee kabels in, klaar. Dat scheelt je elke show tien tot vijftien minuten en een hoop stress.

Maar een pedalboard bouwen is meer dan pedalen op een plank plakken. De volgorde bepaalt hoe je klinkt, de voeding bepaalt of je brom hebt, en de bekabeling bepaalt of je board over twee jaar nog werkt. Precies op die drie punten gaat het mis bij de meeste boards die je op podia ziet staan.

Welk pedalboard heb je nodig?

Begin bij de maat, niet bij het merk. De klassieke fout is een board kopen dat precies past bij wat je nu hebt, waarna je binnen een halfjaar pedalen op de vloer ernaast legt.

Vuistregel: tel je huidige pedalen, tel er twee bij op, en kies daar een board bij. Ruimte voor de voeding komt bovenop, tenzij je board hoog genoeg staat om hem eronder te monteren. Dat laatste is bijna altijd de betere keuze.

Vier budgetlagen

LaagWatPrijsPast
DIYPlank multiplex, lat eronder, klittenband erop€15 aan materiaalWat je erop krijgt
BudgetJoyo Rocker of vergelijkbaar~€404 tot 5 compacte pedalen
MidPedaltrain Nano+ met softcase~€804 tot 5 compacte pedalen
ProPedaltrain Pro met Cioks DC7 en tourcase€400 en hoger12 en meer, klaar voor tour

De DIY-route werkt technisch prima en kost je een middag. Je mist alleen de ruimte eronder om kabels en voeding weg te werken, en dat merk je precies op het moment dat je board netjes wilt maken. Zaag daarom latten van 4 cm onder je plank, dan heb je dat probleem meteen opgelost.

Boven de Nano+ wordt het een kwestie van hoeveel je erop wilt: de Pedaltrain Metro 20 (€120) neemt 5 tot 6 pedalen, de Classic 2 (€169) er 8 tot 10, de Novo 24 (~€145) er 10 tot 12. Temple Audio is de andere kant van het spectrum: die boards werken met een schroefmontagesysteem in plaats van klittenband, waarbij je pedalen op modules vastzet die je van bovenaf in het board schroeft. Duurder (vanaf ongeveer €250) en meer werk bij het opbouwen, maar niets schiet ooit los en je kabels lopen volledig onder het board.

Speel je bas?

Een basboard vraagt meer ruimte dan je denkt. Baspedalen zijn vaker groot (een Darkglass B7K, een SansAmp Bass Driver), en je wilt bijna altijd ook een DI op je board. Reken op één maat groter dan je op basis van het aantal pedalen zou kiezen.

Twee praktische verschillen met een gitaarboard. Ten eerste stroomverbruik: baspreamps en DI's trekken vaak 100 mA of meer per stuk, dus je voeding raakt sneller vol. Ten tweede de uitgang: bij bas eindigt de keten meestal in een DI naar de FOH, niet in een versterker. Zet die DI als laatste in je keten en gebruik de thru-uitgang naar je eigen versterker. Hoe dat precies werkt staat in ons artikel over DI-boxes.

Waar je verder op let

  • Open frame of dichte plaat. Een open frame (Pedaltrain, Rockboard) laat je kabels en voeding aan de onderkant lopen. Dat is de reden dat deze boards de standaard zijn. Een dichte plaat is goedkoper maar dwingt je alle kabels bovenop te leggen.
  • Hoogte achterkant. Een schuin oplopend board zorgt dat je de achterste rij pedalen ook echt kunt indrukken zonder de voorste te raken.
  • Case of tas. Een softcase is lichter, een tourcase overleeft het busje. Speel je vaak, dan is de meerprijs van ongeveer €50 voor een harde case binnen een jaar terugverdiend in niet-gesloopte pedalen.

Volgorde van je gitaarpedalen: wat komt waar?

Er is geen wet, maar er is wel een volgorde die voor de meeste mensen het beste werkt. Die volgorde is gebaseerd op één principe: elk pedaal werkt het best op een signaal dat nog niet door het volgende bewerkt is.

De standaardketen van gitaar naar versterker:

  1. Tuner. Eerst in de keten, zodat hij een schoon signaal ziet. Een tuner met een goede buffer (bijvoorbeeld de Boss TU-3) doet meteen dienst als bufferpunt aan het begin.
  2. Fuzz. Hier zit een uitzondering. Een germanium of vintage-achtige fuzz wil de pickup rechtstreeks zien, zonder buffer ervoor. Staat hij achter een gebufferde tuner, dan klinkt hij vaak schril en reageert hij niet meer op je volumeknop. Heb je zo'n fuzz, zet hem dan vóór je tuner, of gebruik een tuner die true bypass is. Bij moderne siliciumfuzzes speelt dit veel minder.
  3. Wah en filter. Voor de gain, zodat je de wah hoort sweepen over een schone toon die daarna vervormd wordt.
  4. Compressor. Egaliseert je aanslag voordat de drives eroverheen gaan. Zet je hem achteraan, dan comprimeer je ook je reverbstaarten en klinkt alles plat.
  5. Overdrive, distortion, boost. Meerdere drives zet je van laag naar hoog gain: een lichte overdrive drijft de zwaardere aan, niet andersom. Een clean boost achter je drives geeft volume, ervoor geeft meer vervorming.
  6. Noise gate. Direct achter de gainsectie, want daar wordt de ruis gemaakt. Zet je hem achter je delay, dan kapt hij je herhalingen af.
  7. EQ. Voor de gain om te sturen wat er vervormd wordt, na de gain om te sturen hoe het klinkt. Beide zijn geldig, na de gain is voorspelbaarder.
  8. Modulatie. Chorus, flanger, phaser en tremolo. Deze horen na de vervorming, anders vervormt je modulatie mee en wordt het een brij.
  9. Delay. Herhalingen van je complete geluid, dus achteraan.
  10. Reverb. Als laatste. Ruimte om alles heen, niet ergens middenin.

Pitch- en octaafpedalen zijn de uitzondering: die zetten de meeste mensen vooraan, vlak na de tuner, omdat ze een schoon signaal nodig hebben om de toonhoogte te kunnen volgen.

Waar zet je een volumepedaal?

Voor je delay en reverb, niet erna. Zet je hem als laatste, dan snijd je je eigen galmstaarten af zodra je terugdraait. Voor de tijdgebonden effecten laat je die staarten netjes uitsterven, wat veel natuurlijker klinkt.

Effectloop of niet?

Gebruik je de vervorming van je versterker in plaats van pedalen, dan horen delay, reverb en modulatie in de effectloop van je versterker. Zet je ze ervoor, dan gaan je herhalingen door de vervormingstrap heen en klinkt het rommelig.

Praktisch betekent dat een gesplitst board: drives en tuner naar de input, tijdgebonden effecten via een send- en returnlus. Dat kost twee extra kabels naar je versterker. Een goedkopere oplossing is alles voor de versterker zetten en de versterker schoon houden, waarbij je vervorming volledig uit pedalen komt. Welke van die twee routes het beste werkt op een podium hangt samen met hoe je je versterker aanlevert aan de FOH, wat we uitgebreid behandelen in micen of direct naar FOH.

Pedalboard voeding: waar bijna alle brom vandaan komt

Dit is het onderdeel waar de meeste mensen op bezuinigen en waar ze daarna het langst last van hebben. Als je board bromt, ligt het in negen van de tien gevallen aan de voeding.

Daisy chain versus geïsoleerde uitgangen

Een daisy chain is één adapter met een splitterkabel naar al je pedalen. Al je pedalen hangen daardoor met hun massa aan één punt. Maar ze zitten óók aan elkaar vast via de afscherming van je patchkabels. Zo ontstaat er per pedaal een gesloten lus tussen twee massaverbindingen: de aardlus. In die lus gaat een klein stroompje lopen dat je hoort als een constante bromtoon van 50 Hz en veelvouden daarvan.

Er is nog een tweede probleem met een daisy chain. Alle pedalen delen dezelfde voedingsrail, dus rommel die het ene pedaal daarop zet, komt het andere pedaal binnen. Digitale pedalen met een klok zijn hier de grootste boosdoener: die geven een hoge, snerpende ruis af die je analoge overdrive netjes voor je versterkt.

Een geïsoleerde voeding heeft per uitgang een eigen gescheiden wikkeling. De uitgangen hebben geen massaverbinding met elkaar, dus geen lus en geen gedeelde rail. Dat is geen luxe, dat is het verschil tussen een stil board en een board dat bromt.

Een daisy chain kan prima werken met drie of vier simpele analoge pedalen. Zodra je een digitaal pedaal toevoegt (delay, reverb, modeler) is het vragen om problemen.

Je board bromt: zo vind je de oorzaak

Werk van achter naar voren, één verandering per keer. In deze volgorde vind je het snelst waar het zit:

  1. Trek je gitaar eruit. Blijft de brom? Dan zit het in je board of je versterker, niet in je gitaar of de kabel ernaartoe.
  2. Haal alle pedalen uit de voeding. Sluit ze één voor één weer aan en luister na elke stap. Het pedaal waarbij de brom terugkomt is je verdachte.
  3. Zet dat pedaal op een batterij. Verdwijnt de brom? Dan is het de voeding, niet het pedaal. Een geïsoleerde uitgang lost het op.
  4. Check de kabelloop. Ligt er een voedingskabel een stuk parallel naast een signaalkabel, leg ze dan uit elkaar.
  5. Probeer een ander stopcontact. Zit je versterker op een andere groep dan de rest van de band, dan kan de lus buiten je board liggen. Vraag de technicus om alles op dezelfde groep te zetten.
  6. Nog steeds brom, alleen in de zaal? Dan ligt het waarschijnlijk verderop in de keten en heb je een ground lift op de DI nodig.

Reken je mA uit

Elk pedaal trekt een bepaalde stroom, uitgedrukt in milliampère. Tel die van al je pedalen op en tel er 30% bovenop als reserve. Kom je uit boven wat je voeding levert, dan krijg je vreemde effecten: pedalen die uitvallen, digitale pedalen die vastlopen, of een voeding die warm wordt.

Type pedaalVerbruikVoorbeeld
Analoge overdrive of boost5 tot 30 mAIbanez TS9, Boss BD-2
Analoge modulatie of compressor5 tot 70 mABoss CE-2W, MXR Dyna Comp
Digitale delay of reverb100 tot 300 mAStrymon Timeline, BigSky
Multi-effect of modeler500 tot 3000 mAEventide H9, Line 6 HX Stomp

Let op de zwaarste categorie. Een Line 6 HX Stomp wil 9V bij 3000 mA en werkt niet op een gewone uitgang van 500 mA. Zulke apparaten hebben vrijwel altijd hun eigen adapter nodig, ook als je verder een mooie geïsoleerde voeding hebt.

Spanning en polariteit

Bijna alles draait op 9V DC met de min in het midden (center negative). Dat is de standaard sinds Boss hem in de jaren zeventig zette. Maar controleer het altijd, want er zijn uitzonderingen:

  • Sommige pedalen willen 12V of 18V. Op 18V krijgen veel drives meer headroom en een strakker geluid, maar alleen als de fabrikant dat toestaat.
  • Een enkel vintage pedaal werkt met de plus in het midden. Sluit je daar een standaardvoeding op aan, dan werkt het in het gunstigste geval niet en sneuvelt het in het ongunstigste geval.
  • 9V AC is iets anders dan 9V DC. Zeldzaam, maar fataal als je het verwart.

Twijfel je? Kijk op de achterkant of onderkant van het pedaal. Daar staat het symbool met de polariteit.

Welke voeding kopen?

VoedingUitgangenPrijsVoor wie
Harley Benton PowerPlant ISO-2 Pro8 geïsoleerd (2x 500 mA, 6x 300 mA)€75Prima instap, dekt de meeste boards
Truetone 1 Spot Pro CS77 geïsoleerd, 100 tot 500 mA, 9/12/18V€139Als je 18V nodig hebt
Strymon Ojai5 geïsoleerd, 500 mA per uitgang€149Klein board met digitale pedalen
Strymon Zuma9 geïsoleerd, 500 mA per uitgang€237Groot board, veel digitaal
Cioks DC77 geïsoleerd, 6W per uitgang€238Professioneel, zeer flexibel

Voor de meeste gitaristen is de Harley Benton ruim voldoende. Speel je veel en heb je meerdere digitale pedalen, dan is het verschil tussen €75 en €237 een investering in nooit meer twijfelen. Waar je in elk geval van weg wilt blijven: naamloze multi-adapters van een tientje met niet-geïsoleerde uitgangen.

Kabelmanagement op je pedalboard

Hier zit het verschil tussen een board dat er netjes uitziet en een board dat blijft werken. Losse en slecht gelegde kabels zijn de meest voorkomende reden dat er halverwege een set iets uitvalt, en ze leveren een flink deel van je ruis.

Patchkabels

De korte kabeltjes tussen je pedalen zijn belangrijker dan mensen denken. Ze zijn de meest voorkomende storingsbron op een board, en samen bepalen ze hoeveel kabel je signaal in totaal moet afleggen.

Drie opties:

  • Kant-en-klare patchkabels (vanaf €6 per stuk). Snel, maar je zit vast aan standaardlengtes van 15, 30 of 60 cm. Je houdt lussen over die je moet wegwerken.
  • Solderless kits (€60 tot €100 voor een set van 8 tot 10). Je knipt de kabel op exact de juiste lengte en draait de plug erop. Geen soldeerbout nodig, klaar in een minuut per kabel. Voor de meeste mensen de beste balans.
  • Zelf solderen (€40 aan onderdelen). Het goedkoopst en het betrouwbaarst, mits je fatsoenlijk kunt solderen. Een slechte soldeerverbinding is een storing die pas op het podium opduikt.

Gebruik haakse pluggen (pancake plugs) bij pedalen met de jacks aan de zijkant. Dat scheelt zo makkelijk twee tot drie centimeter per pedaal, en over acht pedalen is dat een halve rij extra ruimte.

Kabellengte en toonverlies

Een gitaarkabel is elektrisch gezien een condensator. Samen met de hoge impedantie van een passieve pickup vormt dat een laagdoorlaatfilter, en dat filter snijdt hoog weg. Hoe langer de kabel, hoe lager het punt waar dat gebeurt.

Concreet: een normale instrumentkabel heeft ongeveer 100 pF per meter. Bij een meter of drie merk je er weinig van. Bij vijftien meter totaal (kabel naar je board, alle patchkabels erbij opgeteld, kabel naar je versterker) hoor je een duidelijk dof geworden geluid, alsof iemand je tone-knop een stukje heeft dichtgedraaid.

Belangrijk: dit speelt alleen zolang je signaal nog hoogohmig is, dus tussen je gitaar en het eerste actieve of gebufferde pedaal. Zit er eenmaal een buffer in je keten, dan maakt de kabellengte daarna nauwelijks nog verschil. Dat is meteen de belangrijkste conclusie.

Drie manieren om het te beperken:

  1. Zet een buffer vooraan. Een buffer verlaagt de impedantie van je signaal, waardoor alle kabels erna nauwelijks nog hoog wegnemen. Veel tuners hebben er een ingebouwd, en dat is de goedkoopste oplossing die er is.
  2. Houd je patchkabels kort. Vooral relevant als je keten volledig true bypass is. Meet op maat in plaats van standaardlengtes te gebruiken. Over acht pedalen scheelt dat makkelijk drie tot vier meter.
  3. Kies bewust wat je vooraan zet. Een germanium fuzz wil geen buffer voor zich. Zet die dus als eerste en je buffer of tuner erachter, en accepteer dat het stuk kabel naar je gitaar wél meetelt.

Toonverlies is trouwens geen fout die je altijd moet oplossen. Sommige gitaristen gebruiken een lange kabel juist om de scherpe kant van hun geluid af te halen. Weet alleen dat je het doet, in plaats van dat het je overkomt.

Signaal en voeding uit elkaar houden

Je voeding en de netadapter ervan zijn de luidruchtigste onderdelen op je board. Een schakelende adapter maakt een wisselveld, en een signaalkabel die daar vlak langs of parallel naast loopt, pikt dat op als brom. Drie regels:

  1. Monteer de voeding zo ver mogelijk van je gitaar en van pedalen met spoelen erin, zoals een wah.
  2. Leg voedingskabels aan de ene kant van je board en signaalkabels aan de andere kant.
  3. Moeten ze elkaar kruisen, laat ze dan onder 90 graden kruisen. Bij een haakse kruising is de koppeling het kleinst.

Dat kost je niets extra en scheelt hoorbaar ruis, zeker bij hoge gain.

Vastzetten

Klittenband op de onderkant van je pedalen is de standaard. Bedek minstens 60% van de onderkant, anders schiet een pedaal los zodra je er hard op stapt. Voor zware pedalen of veel touren is 3M Dual Lock beter: dat klikt in elkaar en houdt vele malen steviger vast dan gewoon klittenband. Nadeel is dat je een pedaal er nauwelijks nog vanaf krijgt.

Bind losse kabels bij elkaar met klittenbandbinders, geen tie-wraps. Je gaat je board namelijk wel degelijk nog eens verbouwen, en dan wil je niet met een schaar aan de gang.

Pedalboard bouwen in 8 stappen

  1. Leg alles los neer. Zet je pedalen in de gewenste volgorde op de vloer, sluit ze aan met de kabels die je hebt en speel er een halfuur mee. Klopt de volgorde? Mis je iets? Dit is het moment om te schuiven, niet als alles vastzit.
  2. Meet je board uit. Leg de pedalen op het board zonder ze vast te plakken. Kijk of je ze allemaal kunt indrukken zonder de buurman te raken. Houd rekening met de plek van de jacks: pedalen met jacks aan de bovenkant kunnen dichter op elkaar.
  3. Monteer de voeding. Eerst de voeding onder het board, dan pas de pedalen erop. Andersom werken is een straf.
  4. Plak de pedalen vast. Klittenband op de onderkant, en houd de schroeven van het batterijklepje vrij als je nog met batterijen wilt kunnen werken.
  5. Leg de voedingskabels. Van onderaf naar boven, één kant van het board. Sluit ze aan en check per pedaal of het lampje brandt voordat je verder gaat.
  6. Maak de patchkabels op maat. Nu pas, want nu weet je de exacte afstanden. Meet, knip, monteer, test elke kabel meteen.
  7. Test het geheel. Sluit aan op je versterker, zet alles aan, en luister eerst naar de stilte. Hoor je brom, schakel dan pedalen één voor één in tot je de boosdoener hebt.
  8. Maak een foto. Van boven en van onderen. Als er over een jaar iets losraakt in de bus, weet je precies hoe het zat. Diezelfde foto plak je in je technische rider, zodat een technicus vooraf weet wat je meeneemt.

Transport en bescherming

Een pedalboard gaat niet kapot van spelen. Het gaat kapot van vervoeren. Achterin een busje, onder een gitaarkoffer, half rechtop tegen een flightcase aan: daar sneuvelen de jacks en de potmeters.

Softcase of tourcase. Een softcase (vaak inbegrepen bij Pedaltrain en Rockboard) beschermt tegen krassen en stof, niet tegen gewicht van bovenaf. Speel je een paar keer per jaar en gaat je board mee in je eigen auto, dan volstaat dat. Speel je maandelijks of vaker, of gaat je board mee in een gedeeld busje, koop dan een harde case. Reken op €80 tot €150 meerprijs. Een set nieuwe jacks plus soldeerwerk kost je al snel de helft daarvan, en dan heb je ook nog een avond aan reparatie.

Bescherm de schakelaars. De voetschakelaars steken uit en vangen alle klappen op. Zorg dat het deksel van je case niet op je pedalen rust: een case met een paar centimeter luchtruimte boven de hoogste knop is het minimum.

Laat je kabels erin zitten. Het grote voordeel van een board is dat je hem dichtklapt en klaar bent. Koppel dus alleen los wat het board verlaat: de kabel naar je gitaar, de kabel naar je versterker en de netstroomkabel. Elke plug die je twee keer per show in- en uitsteekt, slijt.

Gewicht. Een vol board met tourcase weegt al gauw 8 tot 12 kilo. Dat draag je op sommige podia een trap op. Het is een reëel argument om je board klein te houden, niet alleen een detail.

Vervoer hem plat. Op zijn kant zetten in de bus lijkt handig, maar dan hangt het volle gewicht van je pedalen aan het klittenband. Plat leggen of stevig rechtop klemmen, niets ertussenin.

De meest gemaakte fouten

  • Te vol board. Je hebt geen ruimte meer voor het pedaal dat je volgend jaar koopt, en al helemaal niet om kabels te vervangen. Laat bewust ruimte over.
  • Voeding te krap gekozen. Precies genoeg mA is niet genoeg. Zonder marge vallen pedalen uit zodra er iets meer stroom wordt getrokken dan de specificatie zegt.
  • Te lange kabel naar de versterker. Een true bypass keten van acht pedalen plus tien meter kabel naar je versterker verliest hoorbaar hoog. Zet een buffer aan het begin of eind van je keten, bijvoorbeeld je tuner.
  • Alles in één keer nieuw kopen. Bouw op met wat je hebt. Een board dat je in stappen samenstelt sluit beter aan bij hoe je echt speelt.
  • Geen reserveonderdelen. Neem één extra patchkabel, één extra voedingskabeltje en een 9V-batterij mee. Kost je vijf minuten om in te pakken en redt een keer je optreden.

Veelgestelde vragen

Verder lezen

Een goed pedalboard is één schakel. De rest van je signaalketen bepaalt net zo goed hoe je klinkt op het podium:

Board staat, geluid klopt, nu nog de juiste mensen om mee te spelen. Maak een profiel aan op Ampify of bekijk welke muzikanten en bands er in jouw regio actief zijn.

Ontdek Ampify

Ampify is hét nieuwe platform voor muzikanten en bands in Nederland. Plaats gratis oproepen voor het vinden van bandleden of sluit je aan bij een band. Ampify verbindt muzikanten en maakt het makkelijker om samen muziek te maken.